TAF CODE

De TAF (Terminal Aerodrome Forecast) is een verwachting voor de direkte omgeving van een vliegveld, zowel civiel als militair. De geldigheidsduur van dit bericht is 9, 12, 18 of 24 uur lang, afhankelijk van het land van uitgifte en het soort vliegveld. Sommige meteorologen geven meerdere TAF's uit in zowel de korte als de in de lange vorm. De korte TAF's zijn 9 of 12 uren geldig, de lange TAF's (ook wel TAFORS genoemd) hebben een geldigheid van meestal 18 uren, soms 24 uren. In de TAF wordt gebruik gemaakt van de METAR-code met als aanvulling bepaalde verwachtingsgroepen met tijdgroepen en speciale afkortingen.
De geldigheidsduur is eenvoudig uit het bericht te halen.

TAF's zijn via onze site uit de gehele wereld op te halen bij o.a. het NWS. Daar kunt u de korte termijn als lange termijn TAF's ophalen.

De elementen

TAF

EHSB 050500 050918 14008KT 5000 BR BKN007

BECMG 1012 20011G21KT 9999 NSW few015 sct018

TEMPO 1418 3500 SHRA

PROB30 TEMPO 1618 23020G45KT 1500 +TSGRRA sct009 bkn013cb

Een TAF-rapport bevat de volgende volgorde van elementen:

  • 1. Type TAF
  • 2. ICAO Station Identificatie (Location Indicator)
  • 3. Datum en tijdgroep
  • 4. Periode van geldigheid
  • 5. De verwachting
  • Sommige TAF's bevatten ook aparte aanvullende elementen zoals verwachte maximumtemperatuur, ijsaanzetting, turbulentie, bijzondere weersfenomenen, enz. Vooral in Amerikaanse TAF's wordt veel gebruik gemaakt van zogenaamde REMARKS.

    Type TAF

    Het type TAF verschijnt als eerste in het bericht; er zijn twee typen, t.w. de korte TAF, en een lange TAF. Achter de eerste regel kan soms de afkorting AMD of COR verschijnen. Resp. betekent dit een aangepaste TAF binnen de geldende verwachtingsperiode en een gecorrigeerd bericht.
    Een te laat verschenen TAF wordt aangegeven met RTD.

    ICAO Station Identificatie

    Net zoals in de Metarcode wordt ook bij de TAF gebruik gemaakt van de vierletterige code om aan te geven voor welk station (vliegveld) de TAF geldig is. In de USA wordt ook gebruik gemaakt van een drielettercode. SEA is bijv. Seattle; internationaal is dit KSEA. De eerste letter, de 'K' wordt hierbij dus eenvoudig weggelaten. Deze eerste letter of eerste twee letters geven aan het gebied of land waar de TAF vandaan komt. 'EH' staat voor Nederland. Dit geldt ook voor de METAR.

    Datum en tijdgroep

    Deze groep geeft aan de dag van de maand plus de tijd in UTC van uitgifte. De meeste TAF's worden om de drie uren gemaakt.

    Voorbeeld:

    090800 - TAF uitgegeven op de negende dag om 0800 UTC of Z (zulu).

    Periode van geldigheid

    De periode van geldigheid wordt aangegeven met zes cijfers. De eerste twee cijfers geven de dag van de maand aan. De volgende groep van vier cijfers is de periode waarin de verwachting geldig is. De eerste twee cijfers geeft de begintijd in honderdtallen uren aan, de laatste twee cijfers de eindtijd.

    Voorbeeld:

  • 150918: Op dag 15 om 0900 UTC gaat de TAF in en is geldig tot 's avonds 1800 UTC.
  • De verwachting

    De daadwerkelijke verwachting bestaat uit één of meerdere verwachtingsregels met elk een aantal van de volgende elementen:

    Wind - Zicht - Weer - Bewolking - Aanvullende bijzonderheden.

    In de eerste regel komen altijd wind, zicht en eventuele bewolking voor. De weersgesteldheid wordt alleen opgenomen indien deze van belang is voor de luchtvaart en zichtbeperkingen oplevert.
    De verwachtingsregels worden voorafgegaan door verwachtingsgroepen. Dit zijn afkortingen die de tendens of wijze waarop de weersverandering volgens verwachting zal gaan plaatsvinden; daarachter volgt een groep van vier cijfers die aangeven tussen welke tijdstippen het daarachter vermelde weer zal voorkomen dan wel zal kunnen ontstaan. Alleen bij de FM-groep worden twee cijfers gebruikt, een begintijd.

    Wind

    De windgroep geeft aan de verwachte windrichting t.o.v. ware noorden in graden op de kompasroos (eerste drie cijfers) en windsnelheid (laatste cijfers). Erachter wordt aangegeven welke eenheden worden gehanteerd: KT (knopen) of MPS (meters per second). Achter de windsnelheid staat soms een letter G met opnieuw twee cijfers. Dit zijn de verwachte windstoten.

    Windstil wordt gecodeerd met 00000KT.

    Veranderlijke wind wordt gecodeerd met VRB.

    Voorbeelden:

  • 18010KT - Windrichting 180 (zuid) met 10 knopen.
  • 35015G25KT - Wind 350 (noordnoordwest) met 15 knopen, uitschieters tot 25 knopen
  • VRB03MPS - Wind variabel met 3 meters per seconde
  • Zicht

    Het verwachte overheersende horizontale zicht wordt gegeven in meters tot 10 km. Een zicht van 10 km of meer wordt gecodeerd met 9999. In Amerikaanse TAF's is het zicht in 'statute miles' gevolgd door de letters SM ; boven de 6 statute miles wordt aangegeven met de code P6SM.

    Voorbeelden:

  • 0500 - 500 m
  • 2 1/4SM - 2 en 1/4 statute miles
  • 4500 - 4500 m
  • P6SM - Meer dan 6 statute miles.
  • Weer

    Het verwachte weertype of weersverschijnselen wordt gecodeerd in dezelfde afkortingen als in gebruik bij de METAR.

    Aanduiders van intensiteit of voorkomen

    Aanduiders van soort

    Neerslagvormen

    Zichtbeperkende verschijnselen

    Overigen

    Niet alle weercodes zijn hier vermeld, aangezien niet alle gebruikt worden in de TAF. Een complete tabel is voorhanden bij de beschrijving van de Metarcode.
    De term CAVOK betekent Clouds And Visibility OK en wordt op sommige vliegvelden gegeven wanneer verwacht wordt dat de laagste wolken op 5000 voet of hoger liggen, het zicht 10 km of meer bedraagt en er geen weer op moment van waarnemen is en er geen Cumulonimbus dan wel onweer of weerlicht in de directe omgeving verwacht wordt of aanwezig is.
    Wanneer geen neerslag wordt verwacht zal bij verwachte zichten beneden 10 km of 6 statute miles zichtbeperkende verschijnselen gecodeerd moeten worden.

    Na een bepaald weertype zal bij geen belangrijk weer de code NSW (No Significant Weather) gegeven worden, alleen in BECMG of TEMPO-groepen.

    Bewolking

    De hoeveelheid bewolking en hun hoogte worden conform de METAR-code gegeven. De Cumulonimbus en Towering Cumulus (resp. CB en TCU) zijn de enige aangegeven wolkensoorten in TAFs.
    FEW geeft aan 1/8 of 2/8 van de gehele hemel bedekt; SCT 3/8 of 4/8; BKN 5/8 t/m 7/8; OVC 8/8. Daarachter wordt de hoogte in honderdtallen voeten gegeven.

    Wanneer er mist is of zojuist verdwenen is, kan vertikaal zicht (VV) gecodeerd zijn, onmiddellijk gevolgd door het zicht in honderdtallen voeten

    Voorbeelden:

  • SKC - Sky clear (geheel onbewolkt)
  • SCT005 BKN025CB BKN250 - Scattered op 500 voet, broken CB's op 2500 voet, broken op 25000 voet.
  • VV004 - Vertikaal zicht 400 voet
  • Verwachtingsgroepen

    De volgende afkortingen worden gebruikt om de tendens van een verandering in een bepaald weertype aan te kunnen geven:

    PROB (Probability)

    De waarschijnlijkheid of kans op bijv. onweersbuien en de bijbehorende elementen (wind, zicht en bewolking). De groep wordt meestal gevolgd door een van de verwachtingsgroepen (zie onder). De PROBxx groep wordt gegeven beneden een kans van 50 %, waarbij xx de kans in % is op de daarna vermelde weercondities.

    Voorbeeld:

  • PROB40 TEMPO 2102 1000 +TSRA - Kans 40 % tussen 2100 utc en 0200 utc op zware regenbuien met onweer met zicht van 1000 m.
  • PROB20 TEMPO 1014 2000 RASN - Kans 20 % tussen 1000 utc en 1400 utc op matige regen en sneeuw bij 2 km.
  • PROB10 TEMPO 2024 2SM FZRA - Kans 10 % tussen 2000 utc en 0000 utc op matige ijzel met 2 statute miles.
  • FROM

    The FM groep wordt gebruikt wanneer er sprake is van een snelle verandering, gewoonlijk in minder dan een uur. Alle elementen dienen te worden gegeven achter de FM indicator met daarbij een tweecijferige tijdsaanduiding in uren (de nullen worden dan dus weggelaten). De aangegeven condities duren dan voort tot aanvang van de volgende verwachtingsgroep op de volgende regel.

    Na de FM groep mag geen NSW (no significant weather) gecodeerd worden.

    Voorbeeld:

  • FM1430 30015KT 9999 FEW020 - Na 1430 utc een windsprong naar WNW met 15 knopen, meer dan 10 km en 1-2/8 op 2000 voet.
  • BECOMING

    BECMG wordt gegeven wanneer er een geleidelijke verandering verwacht wordt. Na BECMG volgt de tijdsgroep. De eerste 2 cijfers is de aanvang van de periode in hele uren, de laatste 2 cijfers is het eindtijdstip. De verandering zal dus plaatshebben in die bepaalde periode en volgens de verwachting aan het eind van de periode een feit behoren te zijn.

    Voorbeeld:

    BECMG 1416 2000 BR BKN020 - Tussen 1400 en 1600 utc gaat het zicht geleidelijk naar 2000 m met nevel en ligt de bewolking (5-7/8) op 2000 voet.

    TEMPORARY

    De TEMPO groep wordt gebruikt wanneer er een tijdelijke verandering in het weer buiten de aanvankelijke condities is te verwachten. Die veranderingen kunnen meerdere keren voorkomen. De veranderingen duren per keer minder dan 1 uur en totaal meestal minder dan de helft van de tijd van de daarachter vermelde tijdsperiode. Ook hier wordt de tijd aangegeven in begin- en eindtijd.

    Voorbeeld:

  • TEMPO 1923 5000 -SHRA SCT030CB - Tussen 1900 en 2300 utc komen tijdelijk (af en toe) lichte buien voor met een zicht naar min. 5 km en 3-4/8 cumulonimbus op 3000 voet.
  • 4SM HZ TEMPO 0006 2SM BR HZ - Tussen 0000 en 0600 utc daalt het zicht tijdelijk naar 2 statute miles in nevel of heiigheid.

  • Copyright 2000, Meteonet